Nakula, een bekwaam zwaardvechter, ondervroeg de op zijn bed van pijlen gelegen Kuru
Grootvader op de volgende wijze.
"De Boog, ó grootvader, wordt gezien als het oudste wapen in deze wereld.
Ik ben echter geneigd het zwaard als oudste wapen te beschouwen, omdat ó koning,
wanneer de boog kapot is of gebroken en de paarden dood of verzwakt, een goed krijger,
behoorlijk getraind, zichzelf kan beschermen met zijn zwaard. Een held, gewapend met het
zwaard, kan zonder hulp van andere, aan vele boogschutters en tegenstanders gewapend met
knuppels en lansen weerstand bieden. Ik twijfel hierover en ben nieuwsgierig om de waarheid
hierover te kennen.
Welke van de twee wapens is werkelijk het oudste oorlogswapen? Hoe werd het voor de eerste
maal gemaakt en met welke bedoeling? Wie was de eerste leermeester van het wapen? Vertel
mij dit alles, ó grootvader."
Toen de gelouterde Bhisma, de volmaakte meester in de kunst van het boogschieten, gelegen
op zijn bed van pijlen, deze woorden hoorde, gaf hij het volgende antwoord, met vele
verfijnde woorden van verheugende betekenis, melodieus van klank en met de klinkers op de
juiste plaats, aan de bezielde Nakula, de bekwaam opgeleide leerling van Drona.
Bhisma sprak:
"Hoor de waarheid, ó zoon van Madri, over het geen je gevraagd hebt.
In oude tijden was het universum een eindeloze ruimte met water, onbewegelijk en grenzeloos
en zonder dat deze wereld daar enige ruimte van in beslag nam. Gehuld in duisternis en niet
te bevatten was de buitengewoon ontzagwekkende aanblik. Volslagen stilte heerste overal; het
was onmetelijk in alle richtingen.
In de door hem zelf bepaalde juiste tijd nam de Universele Aartsvader zijn vorm aan. Hij
schiep toen de wind, het vuur en ook de energierijke zon. Hij schiep ook de lucht, de hemelen
en de lagere regionen, de aarde, de richtingen, het uitspansel met de maan en de sterren, de
sterrenbeelden, de planeten, het jaar, de seizoenen, de maanden en de kleinere tijdverdelingen.
De goddelijke Aartsvader nam toen een zichtbare vorm aan en verwekte door wilskracht enige zonen,
in het bezit van geweldig grote energieën.
Zij zijn de wijzen Marichi, Atri, Pulastya, Pulaha, Kratu, Vasishta, Angiras, de machtige en
krachtige heer Rudra en Prachetas. Deze Prachetas verwekte Daksa, die op zijn beurt zestig dochters
verwekte. Bij deze dochters werden door herboren wijzen kinderen verwekt. Van hen ontsproten alle
schepselen van het universum, met inbegrip van de goden, Pitris, Gandharvas, Apsaras, verschillende
soorten Rakshasas, vogels en dieren en vissen, apen, grote slangen en verschillende gevogelte die
de aarde of het water tot hun jachtgebied hebben. En groente en alle wezens die eieren leggen of
levend baren of geboren worden uit vuil. Op deze wijze werd het hele universum tot bestaan gebracht
met alle bewegende en niet-bewegende schepselen.
Toen de Universele Aartsvader alle bewegende en niet-bewegende schepselen tot bestaan geroepen had,
maakte Hij de eeuwige religie bekend, zoals die beschreven staat in de Veda’s. Deze religie werd
aanvaard door de goden, met hun leermeesters, priesters en vele andere wijzen, rishis en volkeren.
Allen leefden in gehoorzaamheid aan Brahman.
De oudste der Danavas echter legden de geboden van de aartsvader naast zich neer en gaven zich over
aan toorn en hebzucht. Zo werd begonnen met de vernietiging van rechtvaardigheid. Deze Danavas en
vele andere Daityas, voorbijgaand aan de beperkingen van plicht en religie, vermaakten zich met en
hadden plezier in het verrichten van allerlei slechte daden. Daar zij zich qua geboorte gelijk
achten met de goden, begonnen zij de goden en de wijzen van zuiver gedrag uit te dagen. Nimmer
verrichten zij enige goede daad ten behoeve van de andere schepselen van het universum of toonden
medelijden met hen één van hen. Voorbijgaand aan de drie bekende wetten1 vervolgden zij alle
schepselen en kwelden hen door de roede der kastijding te hanteren. Waarlijk deze oudsten der
Asuras weigerden trots iedere vriendelijke omgang met hun andere schepselen.
Toen begaf de goddelijke Brahma zich, in het gezelschap van herboren wijzen, naar de vreugdevolle
top van de Himavat, die was versierd met allerlei soorten juwelen en edelstenen en waar, op het
oppervlak, de sterren schenen te rusten, zoals lotusplanten op een meer. Op die prins der bergen,
begroeid met bloesemdragende bomen, verbleef de oudsten der goden, Brahman, enige tijd om de zaken
der wereld te beëindigen.
Na een verloop van duizend jaar maakte deze machtige Heer voorbereidingen voor een groot offer in
overeenstemming met de voorschriften, zoals die beschreven staan in de Geschriften. Het offer
altaar werd omringd met Rishis, geoefend in het offeren en bekwaam om alle daarbij horende
handelingen uit te voeren. Het zag er buitengewoon mooi uit, dankzij de offerschalen en vaten
gemaakt van goud. Alle oudsten der goden namen er aan plaats.
Ik heb vernomen van de Rishis, dat er weldra iets ontzagwekkends gebeurde in dat offer. Er
wordt verteld, dat uit dat offervuur een schepsel ontsproot, dat vlammen rond zich strooide
en wiens uitstraling gelijk was aan de maan zelf, wanneer die opkomt aan de hemel, omringd
door sterren. Zijn voorkomen was donker, zoals de bloembladeren van de blauwe lotus. Zijn
tanden waren sterk. Hij was groot en lenig, leek onweerstaanbaar en in het bezit van
buitengewone energie. Bij het verschijnen van dat wezen trilde de aarde. De oceaan roerde
zich met hoge golven en vreselijke draaikolken. Onheil voorspellende meteoren schoten door
de lucht. Takken vielen van bomen. Alle punten van het kompas werden onrustig. Ongunstige
winden begonnen te waaien. Alle schepselen sidderden voortdurend van angst.
Kijkend naar die verschrikkelijke beroering van het universum en dat schepsel, ontsproten
uit het offervuur, sprak de goddelijke Aartsvader deze woorden tot de Rishis, de goden en
Gandharvas:
"Dit wezen is door Mij gedacht. Het is in het bezit van grote energie. Zijn naam is Asi
(zwaard). Om de wereld te beschermen en voor de vernietiging van de vijanden van de goden heb
Ik hem geschapen."
Daarop verliet het wezen de gedaante die het had aangenomen en nam de vorm aan van een
prachtig zwaard, blinkend en vlijmscherp, verrezen als het allesvernietigende Wezen aan het
eind van de Yuga. Toen gaf Brahma dat scherpe wapen aan de blauwgekeelde Rudra om hem in
staat te stellen een eind te maken aan ongeloof en zonde.
De goddelijke Rudra met onmetelijke ziel, pakte het zwaard op en nam een andere vorm aan.
Hij kreeg vier armen en werd zó groot dat hij staande op de aarde de zon aanraakte met zijn
hoofd. Met omhoog gerichte ogen en iedere spier gespannen, braakte hij vurige vlammen uit
zijn mond. Verschillende kleuren aannemend zoals rood, wit en blauw en gekleed in zwart
hertenleer, bezaaid met gouden sterren, droeg hij op zijn voorhoofd een derde oog, dat
schitterde als de zon. Zijn twee andere ogen, waarvan de een zwart en het andere taankleurig,
schitterden zeer helder.
De goddelijke Mahadeva nam het zwaard met de schittering van het alles vernietigende
Yuga-vuur op en begon allerlei bewegingen uit te voeren, zwaaiend met een groot schild,
waarop drie verhoogde uitsteeksels gelijkend op donkere wolken en versierd met bliksemstralen.
In het bezit van grote dapperheid en verlangend naar een treffen, zwaaide hij het zwaard rond
in de lucht. Luid hoorbaar was zijn bulderen en ontzagwekkend de klank van zijn lachen.
Werkelijk ó Bharata; de vorm aangenomen door Rudra was buitengewoon indrukwekkend.
Horende dat Rudra een vorm aangenomen had om verwoede daden te verrichten, kwamen de Danavas,
vervuld van vreugde, met grote snelheid op hem af, gooiend met grote stenen, brandende takken
en andere verschrikkelijke wapens, gemaakt van ijzer, elk met de scherpte van een scheermes.
Het Danava leger werd echter met stomheid geslagen toen zij de beroemdste aller wezens, de
onvernietigbare in macht toenemende Rudra, aanschouwden en allen begonnen te beven.
Ofschoon Rudra alleen was, zonder de hulp van anderen, bewoog hij zo snel over het slagveld
met het zwaard in de hand, dat de Asuras dachten, dat er wel duizend gelijkende Rudras met
hen aan het vechten waren. Scheurend, snijdend en doorstekend, verwondend, afhakkend en
onderdrukkend, bewoog de grote god zich met snelheid te midden van de grote massa vijanden,
zoals een bosbrand zich verspreid door hopen droog gras. De machtige Asuras, gebroken door
het snelle rond zwaaien van het goddelijke zwaard, met armen en dijen afgehakt, borstkassen
doorstoken en hoofden gescheiden van lichamen, vielen neer op de aarde. Anderen onder de
Danavas gaven het op en vluchten in alle richtingen, elkaar aanmoedigend tijdens de vlucht.
Sommigen drongen door tot in het binnenste van de aarde; anderen beschermden zich onder de
bergen. Sommigen gingen naar boven; anderen betraden de diepten van de zee. Gedurende die
vreselijke en onstuimige strijd werd de aarde modderig van het vlees en bloed en een
afschuwelijk schouwspel om aan te zien. Bezaaid met de gevallen en met bloed bedekte lichamen
van de Danavas, zag de aarde er uit als bedekt met Kinsu gras overgroeide bergtoppen.
Doorweekt van bloed zag de aarde er buiten gewoon mooi uit, zoals een vrouw met een mooie
gelaatskleur, in extase gebracht door alcohol en uitgedost met karmozijnrode gewaden.
Toen de Danavas verslagen waren en Rechtvaardigheid op aarde hersteld was, verwierp de
begunstigde Rudra zijn ontzagwekkende vorm en nam weer zijn eigen gezegende gedaante aan.
Daarop aanbaden alle Rishis en alle hemelbewoners die god der goden, terwijl zij hem met
luide bijvalsbetuigingen succes toewensten. De goddelijke Rudra gaf hierna het zwaard, de
beschermer van religie, gekleurd met het bloed van de Danavas, met gepaste verering aan
Vishnu. Vishnu gaf het aan Marichi. De goddelijke Marichi gaf het aan alle grote Rishis.
Deze laatsten gaven het aan Vasava. Vasava gaf het aan de regenten van de wereld. De regenten,
ó zoon, gaven het aan Manu, de zoon van Surya. Terwijl zij het aan Manu gaven, zeiden zij:
"Gij zijt de heer van alle mensen. Bescherm alle schepselen met dit zwaard, dat religie in
zich bevat. Dien naar behoren kastijding toe aan diegenen die de grenzen van de deugd hebben
overschreden ter wille van het lichaam of de geest. Zij zouden beschermd moeten worden
overeenkomstig de voorschriften, maar nooit afhankelijk van grilligheid. Sommigen zullen
bestraft moeten worden met woordenrijke berispingen en met boetes en verbeurdverklaringen.
Verlies van ledematen of de dood zal nooit opgelegd worden om een onbeduidende reden".
Deze straffen, met als eerste woordenrijke berispingen, worden beschouwd als even zovele
vormen van het zwaard. Deze zijn de vormen die het zwaard aanneemt ten gevolge van de
overtredingen van personen onder bescherming van de koning.
Na verloop van tijd installeerde Manu zijn eigen zoon Ksupa in de opperheerschappij van alle
schepselen en gaf hem het zwaard om hen te beschermen. Van Ksupa werd het overgenomen via
via.... door een hele reeks wijzen en door Sunaka en van Sunaka door de rechtschapen Usinara.
Van deze laatste werd het overgenomen door de Bhojas en de Yadavas. Van de Yadus werd het
overgenomen door Sivi. Van Sivi daalde het zwaard neer op Pratadarna. Van Pratadarna werd het
ontvangen door Ashtaka en van Asthaka door Prishadaswa. Van Prishadaswa werd het ontvangen
door Bharadwja en van deze door Drona. Na Drona werd het overgenomen door Kripa. Van Kripa
werd het beste der zwaarden verkregen door u en uw broers.
Het sterrenbeeld waaronder het zwaard is geboren is Krittika. Agni is zijn godheid en Rohini
zijn oorsprong. Rudra is zijn verheven leermeester.
Het zwaard heeft acht namen, die niet algemeen bekend zijn. Luister naar mij als ik ze noem.
Als men deze namen noemt, ó zoon van Pandu, zal men altijd overwinnen. Deze namen zijn: Asi,
Vaisana, Khadga, Scherpsnijdend, Moeilijk te Verwerven, Sigarbha, Overwinning en Beschermer
van Rechtvaardigheid.
Van alle wapens, ó zoon van Madravati, is het zwaard het oudste. De Puranas verklaren
naar waarheid dat het door Mahadeva voor het eerst werd gehanteerd.
Wat de boog betrefd, ó bestraffer van vijanden; die werd het eerst uitgevonden door
Prithu. Het was behulp van dit wapen dat die zoon van Vena, die gedurende vele jaren de
aarde op deugdzame wijze regeerde, in overvloed gebruik maakte van haar koren en andere
gewassen.
Het is nuttig voor u, ó zoon van Madri, om acht te slaan op wat de Rishis hebben gezegd,
als beslissend bewijs. Alle personen, die bedreven zijn in de strijd, zouden het zwaard
moeten hoogachten.
Ik heb u nu het eerste gedeelte van uw vraag over de oorsprong en de schepping van het
zwaard, uitgebreid en naar waarheid uitgelegd, ó stier van Bharata’s ras. Door te
luisteren naar dit uitstekende verhaal over de oorsprong van het zwaard, zal een man er in
slagen om een goede naam te verkrijgen in deze wereld en eeuwige zegen in de volgende.
Vertaald uit het engels, de Mahabharata of Vyasa van Kisara Mohan Ganguli, door Boudewijn Mooren.
1 Katha Upanishad
Het drievoudig vuuroffer: Kennis, Meditatie, Oefening
Het drievoudig proces: Zichtbaar bewijs, Gevolgtrekking, Ondervinding
De drievoudige plicht: Studie, Concentratie, Afstand doen